Vandaag
laten we Griekenland achter ons. Eerst even naar de bakker voor een ontbijtje,
dat nog even opeten aan het strandje, en dan is het tijd om te gaan rijden. Via
Igoumenitsa en Ioannina rijden we naar de Albanese grens bij Kakavia. Die grens
kunnen we redelijk snel passeren, als er eenmaal iemand in het hokje zit. Dan
gaan we verder richting het noorden van Albanie. Van te voren hebben we al even
gekeken waar we kunnen overnachten, en hebben in het noorden in Barbullush een
camping gevonden. Weliswaar van een paar Nederlanders, wat tegen onze principes
is eigenlijk, maar hier stellen we niet zulke hoge eisen. Vanaf Kakavia rijden
we via Gjirokastër, Fier, Durrës en Lezhë naar Barbullush. In Gjirokaster eerst
maar een pinautomaat zien te vinden, zodat we lokale Lekë kunnen halen om te
gaan tanken. De ene automaat wou mijn pasje niet hebben, de bank ernaast had in
plaats van een pinautomaat een paar mannen voor de deur staan met een tamelijk
proppeschieter in hun handen, maar gelukkig was er aan de overkant nog een
pinautomaat. Om de hoek was een benzinepomp, dus dat was mooi. We konden weer
verder.
De wegen
zijn het eerste stuk heel redelijk, tot aan Tepelenë kunnen we best goed
doorrijden. Helaas na het bewuste dorp wat minder. Ze zijn hier de wegen
behoorlijk aan het opknappen, wat dus gepaard gaat met een hoop wegen waar het
bestaande asfalt afgehaald is, en we dus over stoffige gravelwegen moeten
rijden. Over een traject van zo’n 50 km komen we heel wat van dergelijk stukken
tegen. De stukken die al opgeknapt zijn, zijn werkelijk hele mooie stukken weg,
en daar kunnen we de schade weer inhalen.
Albanië
rijdt helemaal vol met mercedessen, zoals we al geleerd hadden van Top Gear,
echt niks overdreven aan, van de 10 auto’s zijn er zeker 9 een mercedes, van
vreselijk oud tot splinternieuw. Behalve auto’s kom je daar op de doorgaande
wegen nog andere dingen tegen, zoals brommers die bijna niet meer vooruit
komen, fietsers, paard en wagen, ezelkarren of mensen te paard. Ja die rijden
dus ook op de autowegen, en ook tegen het verkeer in.. opletten geblazen dus!
Tot aan Fier
is het landschap niet echt mooi te noemen, redelijk kaal, behalve rond de
dorpjes. Verder naar het noorden wordt het wat meer groen en landbouw. Niet
zulke percelen als bij ons, omdat heel veel nog met de hand wordt bewerkt.
Maïskolven worden per stuk van de plant getrokken, daarna kapt iemand de plant
om en mikt die op een kar. Als dat gebeurd is met het hele veld, worden
vervolgens de stoppels in de fik gezet. Zodoende komen we dus heel wat vuurtjes
tegen.
’s Avonds
tegen een uurtje of 6 zijn we dan eindelijk bij de camping, aangezien het nog
steeds wel lekker weer was, eerst maar eens een borrel in de zon. Zin om te
koken hebben we niet, dus in het
restaurant van de camping maar wat eten. De keuze is een snitsel of varkenshaas
met friet en salade, niet bijster interessant. Aangezien het vega alternatief
friet en salade is, nemen we toch de vleesjes er maar bij.. nog even bij de
camper een borrel, en dan lekker slapen. We zijn redelijk op van een dag in de
auto, en morgen willen we door richting Kroatië. Het platteland van Albanië
trekt ons niet echt om nog een dag te blijven.