dinsdag 18 september 2012

Maandag 10 september


Vandaag laten we Griekenland achter ons. Eerst even naar de bakker voor een ontbijtje, dat nog even opeten aan het strandje, en dan is het tijd om te gaan rijden. Via Igoumenitsa en Ioannina rijden we naar de Albanese grens bij Kakavia. Die grens kunnen we redelijk snel passeren, als er eenmaal iemand in het hokje zit. Dan gaan we verder richting het noorden van Albanie. Van te voren hebben we al even gekeken waar we kunnen overnachten, en hebben in het noorden in Barbullush een camping gevonden. Weliswaar van een paar Nederlanders, wat tegen onze principes is eigenlijk, maar hier stellen we niet zulke hoge eisen. Vanaf Kakavia rijden we via Gjirokastër, Fier, Durrës en Lezhë naar Barbullush. In Gjirokaster eerst maar een pinautomaat zien te vinden, zodat we lokale Lekë kunnen halen om te gaan tanken. De ene automaat wou mijn pasje niet hebben, de bank ernaast had in plaats van een pinautomaat een paar mannen voor de deur staan met een tamelijk proppeschieter in hun handen, maar gelukkig was er aan de overkant nog een pinautomaat. Om de hoek was een benzinepomp, dus dat was mooi. We konden weer verder.

De wegen zijn het eerste stuk heel redelijk, tot aan Tepelenë kunnen we best goed doorrijden. Helaas na het bewuste dorp wat minder. Ze zijn hier de wegen behoorlijk aan het opknappen, wat dus gepaard gaat met een hoop wegen waar het bestaande asfalt afgehaald is, en we dus over stoffige gravelwegen moeten rijden. Over een traject van zo’n 50 km komen we heel wat van dergelijk stukken tegen. De stukken die al opgeknapt zijn, zijn werkelijk hele mooie stukken weg, en daar kunnen we de schade weer inhalen.

Albanië rijdt helemaal vol met mercedessen, zoals we al geleerd hadden van Top Gear, echt niks overdreven aan, van de 10 auto’s zijn er zeker 9 een mercedes, van vreselijk oud tot splinternieuw. Behalve auto’s kom je daar op de doorgaande wegen nog andere dingen tegen, zoals brommers die bijna niet meer vooruit komen, fietsers, paard en wagen, ezelkarren of mensen te paard. Ja die rijden dus ook op de autowegen, en ook tegen het verkeer in.. opletten geblazen dus!

Tot aan Fier is het landschap niet echt mooi te noemen, redelijk kaal, behalve rond de dorpjes. Verder naar het noorden wordt het wat meer groen en landbouw. Niet zulke percelen als bij ons, omdat heel veel nog met de hand wordt bewerkt. Maïskolven worden per stuk van de plant getrokken, daarna kapt iemand de plant om en mikt die op een kar. Als dat gebeurd is met het hele veld, worden vervolgens de stoppels in de fik gezet. Zodoende komen we dus heel wat vuurtjes tegen.

’s Avonds tegen een uurtje of 6 zijn we dan eindelijk bij de camping, aangezien het nog steeds wel lekker weer was, eerst maar eens een borrel in de zon. Zin om te koken hebben we niet,  dus in het restaurant van de camping maar wat eten. De keuze is een snitsel of varkenshaas met friet en salade, niet bijster interessant. Aangezien het vega alternatief friet en salade is, nemen we toch de vleesjes er maar bij.. nog even bij de camper een borrel, en dan lekker slapen. We zijn redelijk op van een dag in de auto, en morgen willen we door richting Kroatië. Het platteland van Albanië trekt ons niet echt om nog een dag te blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten